Berichten

Compliment voor het monument Lakenhal Leiden

Nu musea en monumenten weer gedeeltelijk open zijn, heeft de provincie Zuid-Holland het maandelijkse Compliment voor het Monument weer uitgereikt. In verband met het coronavirus lag dit enkele maanden stil. Het compliment van juli gaat naar het gemeentelijk Museum De Lakenhal in Leiden. Dit kunstmuseum is in de afgelopen jaren volledig gerestaureerd en uitgebreid.

In 2020 reikt de provincie Zuid-Holland elke maand dit compliment uit als blijk van erkenning voor gerestaureerde en herbestemde monumenten. Eerder dit jaar werd het compliment overhandigd aan het Oranjehotel in Den Haag en de Duiventoren van landgoed Te Werve in Rijswijk.

Uitreiking van het Compliment voor een wandtapijt, geweven door kunstenaar Ankie Stoutjesdijk. Van links naar rechts: Jori Zijlmans (conservator geschiedenis museum), Anne-Marie van Brecht (projectleider van de erfgoedlijn trekvaarten provincie Zuid-Holland) en Oskar Brandenburg (hoofd Programma & Collecties museum)

De provincie waardeert wat alle culturele instellingen, monumenteigenaren en hun vrijwilligers in deze coronatijd doen voor het behoud van ons erfgoed en wil nu op deze manier monumenten een hart onder de riem steken.

Museum de Lakenhal

Museum de Lakenhal is gewijd aan de historie van de stad Leiden, aan de daarmee samenhangende kunstcollectie en aan de voorname rol van Leiden in de toenmalige lakenhandel. Het is sinds 1872-1874 gevestigd in de voormalige Leidse Lakenhal.

Het museum bezit voorwerpen die de Leidse historie in beeld brengen, zoals het beleg van 1573-1574 en het Leids ontzet op 3 oktober 1574. Naast werk van Rembrandt van Rijn is er ook werk van Lucas van Leyden, Jan Lievens, Jan Steen, Gerrit Dou en Theo van Doesburg, die in Leiden woonde toen hij in 1917 De Stijl oprichtte.

De Lakenhal werd in 1642 gebouwd en is ontworpen door Arent van ‘s-Gravesande. Het geldt als een van de hoogtepunten van het Hollands classicisme. Naast deze kunstcollectie worden meerdere stukken tentoongesteld die herinneren aan de Leidse textielindustrie en -handel. In de Stempelkamer wordt met de presentatie ‘7 eeuwen Leids laken’ én het belang van de trekvaarten voor de lakenindustrie uitgelegd.

Ook zijn er de twee bekende schilderijen van La Fargue met trekschuiten te zien. In de ontvangstruimte hangt een groot wandtapijt met de plattegrond van Leiden met de trekvaarten en poorten, geweven door kunstenaar Ankie Stoutjesdijk.

Zuid-Hollandse subsidie voor restauratie

Het Museum De Lakenhal heeft van de provincie Zuid-Holland €800.000,- aan subsidie ontvangen ten behoeve van de restauratie en uitbreiding. Ook heeft het museum daarbij kunnen rekenen op steun van de gemeente, fondsen en particulieren.

Bij de restauratie hebben leerlingen van de Stichting Restauratie Opleidingsprojecten Zuid-West kennis en ervaring op kunnen doen binnen het restauratievak. Het behoud van ons erfgoed vraagt immers ook om behoud van het vakmanschap. Het is van groot belang dat jonge mensen weer kiezen voor een opleiding in de bouw, maar vooral ook voor een opleiding in de restauratie.

Tentoonstelling

Ontwerp tentoonstelling Pelgrims naar Amerika (Northern Light)
Ontwerp tentoonstelling Pelgrims naar Amerika (Northern Light)

Tot en met 13 september is in Museum De Lakenhal onder meer de tentoonstelling ‘Pilgrims naar Amerika – en de grenzen van vrijheid’ te zien. De tentoonstelling onderzoekt de grenzen van vrijheid en toont de opmerkelijke reis van de Pilgrims aan het begin van de zeventiende eeuw. Een reis die hen voerde vanuit Engeland, waar ze vandaan kwamen, via de stad Leiden waar ze elf jaar in vrijwillige ballingschap verbleven, naar de wereld van de Native Americans, die ze koloniseerden.

Het museum houdt rekening met de coronarichtlijnen van de Rijksoverheid. Toegang tot het museum is alleen mogelijk met een online, vooraf gereserveerd ticket.

Leiden textielstad en handel over de trekvaarten

Gezicht op de Lakenhal (Susanna van Steenwijk-Gaspoel, 1642)
Gezicht op de Lakenhal (Susanna van Steenwijk-Gaspoel, 1642)

Het gebouw van de Lakenhal diende tot circa 1800 ter keuring van het laken. Hier kwamen de gouverneurs en staalmeesters van het lakengilde bijeen. De stoffen van de lakenhandelaren werden hier gekeurd en kregen een loden zegel als waarmerk mee. Leiden profiteerde daarbij van zijn ligging aan een van de Hollandse trekvaarten. 

Het trekschuitennetwerk uit de 17e eeuw bracht een stijgende handel in lakense stoffen teweeg. Leiden was de grootste producent van lakense stoffen in Europa en beleefde een enorme economische en demografische groei. Ten tijde van de aanleg van de trekvaarten werd in Leiden een nieuw soort kwaliteitslaken gemaakt dat door het handelsnetwerk over water een gewild exportproduct was. Het loden waarmerk van de lakenstoffen is zelfs teruggevonden in Indonesië, Zuid-Afrika en Amerika.

Museum De Lakenhal is onderdeel van de provinciale erfgoedlijn Trekvaarten. Deze erfgoedlijn vertelt het verhaal van Hollands Welvaren, met het transport van goederen en personen over het water en de Intercity van de Gouden Eeuw. Zie voor meer informatie over de te bezoeken locaties de website van Hollands Welvaren.

Het Compliment voor het Monument dat maandelijks met trots door de provincie Zuid-Holland wordt uitgereikt, is tot nader orde uitgesteld.

Sinds januari reikt de provincie een Compliment voor het Monument uit als blijk van erkenning voor gerestaureerde en herbestemde monumenten in Zuid-Holland. Wegens het coronavirus is in maart besloten het compliment uit te stellen. Nu de RIVM-richtlijnen van kracht blijven, is ook besloten om de aankomende aanbiedingen uit te stellen tot na de crisis.

We waarderen wat alle monumenteigenaren en hun vrijwilligers in deze tijd voor ons erfgoed doen. Het is een lastige tijd. Met het Compliment voor het Monument kan de provincie na deze periode daadwerkelijk weer aandacht geven aan deze bijzondere monumenten die dit in volle glorie verdienen. Op deze manier steken we met elkaar de monumenten een hart onder de riem na deze zware periode.

De Duiventoren van Rijswijk

Elke maand reikt de provincie Zuid-Holland een Compliment voor het Monument uit als blijk van erkenning voor gerestaureerde monumenten. Het Compliment van februari gaat naar de duiventoren op Landgoed Te Werve in Rijswijk (Z-H). Deze unieke duiventoren dateert uit de 15e eeuw en is recent volledig gerestaureerd.

Erfgoed maakt de omgeving mooier en vertelt het verhaal van onze geschiedenis. Monumenten dragen bij aan de identiteit en kwaliteit van onze leefomgeving. De provincie Zuid-Holland houdt monumenten in stand door restauraties te stimuleren en leegstand te voorkomen door herbestemming. Zo zijn veel restauraties van rijksmonumenten en herbestemmingen financieel op gang geholpen. Hierdoor blijft ons erfgoed beleefbaar voor een zo groot mogelijk publiek, nu en in de toekomst.

De oudste Duiventoren van Nederland

Mirco Cuppens (Landgoed Te Werve) neemt het Compliment voor uw monument in ontvangst van Hanneke Nuijten, projectleider erfgoedlijn Landgoederenzone/Hollands Buiten.
Mirco Cuppens (Landgoed Te Werve) neemt het Compliment voor uw monument in ontvangst van Hanneke Nuijten, projectleider erfgoedlijn Landgoederenzone/Hollands Buiten.

De duiventoren dateert uit 1448, wanneer Jan Ruychrok, de schatmeester van Jacoba van Beieren, Te Werve koopt. Hij vergroot het landgoed aanzienlijk en laat ook een toren bouwen. Het is de oudste duiventoren die ons land nu nog kent.

Opmerkelijk is dat het onderste gedeelte van de muren, tot ca. 1,70 meter boven het maaiveld, een muurdikte hebben van 43 cm. Vanaf circa 1,70 meter hoogte worden ze 21 cm dik. Dit bewijst dat het gebouw niet altijd een duiventoren is geweest. Je bouwt tenslotte geen duiventoren met een wanddikte van bijna een halve meter.

Het Leidens Ontzet

Het vermoeden bestaat dan ook dat er een verband is tussen de toren en het ontzet van Leiden. Tijdens de gevechten rond Leiden is er ook in en om Rijswijk lange tijd bijna dagelijks gevochten, waarbij veel molens en torens vernield zijn. Deze gebouwen waren door hun bouw uitstekende uitkijkposten voor de Spaanse soldaten. Pas in 1576 lieten de Spaanse troepen Holland voor wat het was en keerden ze niet meer terug. Daarna is de toren hoogstwaarschijnlijk In 1590 omgebouwd naar een duiventoren in renaissance-stijl. Dit het jaartal is opgenomen in de zandstenen gevelsteen in de oostelijke gevel.

Het recht van duivenslag

De Duiventoren van Rijswijk
Detail van de Duiventoren van Te Werve in Rijswijk

De toren kent in elke gevel 29 duivengaten. Zo kon men in één oogopslag zien hoeveel grond de landheer had. In de middeleeuwen is het houden van duiven populair, voornamelijk voor consumptie. Het is echter wel omstreden vanwege de schade die duiven veroorzaken aan zaaigoed en de oogst op de omliggende velden. Langzaam ontstaat het idee dat het houden van duiven aan regels moet worden gebonden. En zo geschiedde. Het recht om duiven te houden is vanaf de 13de eeuw gekoppeld aan landbezit. Met eigen land is de kans op schade door duiven aan de gewassen van derden tenslotte minder groot. In de praktijk betekent dit dat het houden van duiven, het recht van duivenslag, vanaf dat moment voorbehouden is aan de kerk en adel. Dit recht is uiteindelijk in 1954 afgeschaft.

Restauratie

Mede met hulp van een subsidie van de erfgoedlijn Landgoederenzone van de Provincie Zuid-Holland en van het Prins Bernard Cultuurfonds afdeling Zuid-Holland is de duiventoren in de afgelopen maanden gerestaureerd, zodat hij weer in volle glorie op het landgoed staat te prijken. Samen met andere landgoederen en buitenplaatsen vertelt dit het verhaal van de adel en welvarende stedelingen in de Gouden Eeuw: het Hollands Buiten. Zie voor meer informatie over de te bezoeken locaties de website www.hollandsbuiten.nl.

Landgoed Te Werve

De geschiedenis van Landgoed Te Werve in Rijswijk is rijk en gaat ruim 750 jaar terug. In de loop der eeuwen heeft het landgoed de nodige bewoners van naam en faam gekend. De oudst bekende bewoner van Te Werve, toen nog alleen een versterkte toren of donjon, is Floris van de Werve die er rond 1260 woonde. De laatste particuliere bewoner van Te Werve was de oud-directeur van de Delftse aardenwerkfabriek De Porceleyne Fles, Abel Labouchère. Hoewel Landgoed Te Werve in de loop der eeuwen vele verbouwingen en gedaantewisselingen heeft ondergaan, is Labouchère voor een belangrijk deel verantwoordelijk voor het huidige aanzien. Hij geeft in 1910 toestemming voor zandwinning op zijn grond voor de ontwikkeling van het Haagse Laakkwartier, waardoor een waterpartij van negen hectare ontstaat die tegenwoordig bekend staat als ‘De Put’.

Speciale rondleiding

Het landgoed is toegankelijk voor donateurs van de stichting Vrienden van Te Werve. Tegen een kleine vergoeding is het landgoed voor hen het hele jaar toegankelijk (bezoek de website). Op Open Monumentendag en de Dag van het Kasteel is het landgoed voor iedereen te bezoeken. Voor niet donateurs wordt er, speciaal vanwege het provinciale Compliment, een rondleiding op het landgoed georganiseerd met een bezoek aan de duiventoren, op zondag 19 april 2020 om 15.00 uur. Indien u zich hiervoor wilt aanmelden, dan kunt u een e-mail sturen naar info@tewerve.nl.

Elke maand reikt provincie Zuid-Holland een Compliment voor het Monument uit als blijk van erkenning voor gerestaureerde en herbestemde monumenten. Het eerste Compliment voor het Monument gaat naar Nationaal Monument Oranjehotel in Den Haag.

Erfgoed maakt de omgeving mooier en vertelt het verhaal van onze geschiedenis. Monumenten dragen bij aan de identiteit en kwaliteit van onze leefomgeving. De provincie Zuid-Holland houdt monumenten in stand door restauraties te stimuleren en leegstand te voorkomen door herbestemming. De provincie heeft veel restauraties van rijksmonumenten en herbestemmingen financieel op gang geholpen.

In 2020 wil de provincie maandelijks een van deze bijzondere monumenten in het zonnetje zetten en haar waardering uitspreken voor restauraties waarbij de belangrijke cultuurhistorische waarde is behouden en voor herbestemmingen die een verrijking voor het monument zijn. Zij doet dat vanaf januari 2020 door maandelijks het Compliment voor het Monument uit te reiken.

Het Oranjehotel

Directeur van Monument Oranjehotel en projectleider Ron Brans van provincie Zuid-Holland bij de uitreiking van het Compliment
Directeur van het monument Oranjehotel Ank van der Laan en projectleider van de provinciale erfgoedlijn Atlantikwall Ron Brans bij de uitreiking van het Compliment

Het Compliment voor het Monument gaat dit keer naar Nationaal Monument Oranjehotel in Den Haag. Het ‘Oranjehotel’ was tijdens de Tweede Wereldoorlog in de volksmond de naam van de cellenbarakken van de Scheveningse gevangenis. Gelegen in het bestuurlijk centrum van Nederland, en van de bezettingsmacht, was het Oranjehotel gedurende de gehele oorlog een gevangenis in Duitse handen. Tenminste 25.000 Nederlanders die zich tegen de Duitsers verzet hebben, werden er opgesloten voor verhoor en berechting door de rechtbanken van de nationaalsocialisten (nazi’s). Vanuit heel Nederland vervoerden de nazi’s verzetsmensen naar het Oranjehotel. Ook tijdens grote processen, zoals van de Geuzen en de Stijkelgroep, werden de verdachten in het Oranjehotel gevangen gehouden.

Het Oranjehotel in Den Haag
Galerij met cellenblokken Oranjehotel

Talloze prominente verzetsmensen werden opgesloten in het Oranjehotel: Pim Boellaard, Titus Brandsma, Ruurd Cleveringa, Han Stijkel, Erik Hazelhoff Roelfzema, Stuuf Wiardi Beekman en Bernard IJzerdraat. Na hun vonnis werden duizenden gevangenen vanuit het Oranjehotel, vaak via de kampen Vught en Amersfoort, gedeporteerd naar de kampen in Duitsland, waar zeer velen omkwamen. Meer dan tweehonderd terdoodveroordeelden brachten hun laatste uren door in de dodencellen van het Oranjehotel. Vanuit daar werden zij door het “Poortje” in de lange gevangenismuur naar de Waalsdorpervlakte gebracht, waar zij werden gefusilleerd.

Kruizen Waalsdorpervlakte kleiner. Foto Arjan de Jager
Kruizen van de Waalsdorpervlakte, tentoongesteld in het Herinneringscentrum. Foto: Arjan de Jager

De geest van verzet

Het Oranjehotel ademt de geest van verzet, de geest van moedige mensen die zich tegen onrecht en geweld verzet hebben. Deze nalatenschap inspireert en is van cruciaal belang, altijd en overal, in de strijd voor een rechtvaardige samenleving. Dit maakt het Oranjehotel, in het bijzonder Doodencel 601, een authentiek en uniek monument.

Het Oranjehotel - Herinneringscentrum
Herinneringscentrum van het Oranjehotel. Foto: Arjan de Jager

Het Herinneringscentrum Oranjehotel biedt de bezoekers een educatief programma aan over de geschiedenis en de betekenis van het Oranjehotel in de Tweede Wereldoorlog.

Beter toegankelijk

In december 2016 heeft de provincie mede dankzij de erfgoedlijn Atlantikwall een subsidie van €573.000 verleend voor de grootscheepse restauratie en herbestemming van het Oranjehotel. Dankzij dit bedrag kon het cellenblok beter toegankelijk worden gemaakt. Dit maakt de herinnering aan, en het herdenken van, de gruwelijke geschiedenis van dit monument beter mogelijk. Daarmee komt een essentiële functie van het gebouw nog beter tot zijn recht en is dit een mooie plek om te herdenken en om steeds weer onze vrijheid te vieren en te koesteren.