Mauro Smit (Erfgoedhuis Zuid-Holland) was onlangs aanwezig in de radiostudio van Omroep Wetering om toelichting te geven over het programma Herbestemming ZH. U kunt het gesprek hier terugluisteren.

De Zwarte Tulp Prijs 2016 is uitgereikt aan Karel en Ans Zandbergen. Zij hebben de bollenschuur aan de Rijnsburgerweg 43a in Oegstgeest gerestaureerd en een woonbestemming gegeven. Op die manier kreeg de schuur een nieuwe toekomst.

De Zwarte Tulp Prijs is bestemd voor de eigenaar van een bollenschuur die het gebouw op een voorbeeldige manier heeft behouden of een nieuwe bestemming heeft gegeven. Deze stimuleringsprijs wordt sinds 2003 jaarlijks toegekend door de Werkgroep Bollenerfgoed van het CultuurHistorisch Genootschap Duin- en Bollenstreek. De prijs bestaat uit een oorkonde en een speciaal schildje Monumentale bollenschuur voor aan de gevel.

Bollenverleden zichtbaar
De bollenschuur is in 1931 gebouwd in opdracht van de kweker C.J. van Egmond, tegelijk met het woonhuis ernaast. Het gebouw diende als droog- en opslagruimte voor bloembollen, maar ook voor groenten. De laatste eigenaar, D.J. Kromhout, heeft in 2010 met medewerking van de gemeente Oegstgeest aan de bollenschuur een woonbestemming gegeven. Cultuurwethouder Jos Roeffen van de gemeente Oegstgeest overhandigde het schildje aan de winnaars: “Oegstgeest heeft vroeger een bloeiende bollencultuur gehad. Dat blijkt uit de aanwezigheid van bollenschuren, zoals deze. Door de herbestemming tot woonhuis is deze bollenschuur behouden gebleven en blijft ook het bollenverleden van Oegstgeest zichtbaar.”

Authentieke kenmerken Karel en Ans Zandbergen kochten de schuur in 2013 en hebben het gebouw daarna geheel gerestaureerd en ingericht als woonhuis. Zij hebben de bollenschuur met veel gevoel voor design opgeknapt en ingericht en zijn zeer verguld met de Zwarte Tulp Prijs: “Het is de kroon op ons werk.” Jos Warmenhoven van de Werkgroep Bollenerfgoed overhandigde hen de oorkonde en vertelde waarom deze bollenschuur is bekroond: “Uit tien genomineerde bollenschuren hebben wij deze als winnaar gekozen omdat dit een uitstekend voorbeeld is van restauratie en herbestemming.

De authentieke kenmerken van de bollenschuur, zoals de stalen ramen en houten verdiepingsvloeren zijn behouden gebleven. Nieuwe elementen, zoals de uitbouw en de serre aan de achtergevel zijn architectonisch knap vormgegeven in eigentijds materiaal. Dankzij een inventieve indeling is ook binnen nog goed te zien dat dit een bollenschuur is.”

De Zwarte Tulp Prijs werd uitgereikt tijdens een feestelijke bijeenkomst op 9 december jl. in Museum De Zwarte Tulp in Lisse. Die was tevens gewijd aan het 20-jarig bestaan van de CHG-Werkgroep Bollenerfgoed, die al sinds 1997 werkt aan het behoud en herbestemming van bollenschuren en andere waardevolle gebouwen van de bloembollencultuur in de Duin- en Bollenstreek.

Tekst: www.bollenerfgoed.nl

De provincie Zuid-Holland wil het erfgoed graag doorgeven aan toekomstige generaties. Het erfgoed draagt bij aan de identiteit en kwaliteit van onze samenleving. Voor het behoud van rijksmonumenten is de Subsidieregeling Restauratie Rijksmonumenten Zuid-Holland 2013 beschikbaar. Leegstand van monumentaal erfgoed is onwenselijk. De beste manier om een leegstaand monument te behouden is door het een passende nieuwe functie te geven die voldoende opbrengt om het onderhoud van het monument te kunnen betalen.

Impuls aan herbestemming van leegstaande monumenten

Om een impuls te geven aan herbestemming van leegstaande rijksmonumenten wordt de Subsidieregeling Restauratie Rijksmonumenten Zuid-Holland 2013 gewijzigd. Met de wijziging wordt aanvullend op de restauratiemiddelen subsidie beschikbaar gesteld voor maatregelen die de toegankelijkheid van het monument vergroten en bijdragen aan de verduurzaming van het monument. Provinciale Staten is voornemens voor het jaar 2017 een subsdieplafond van € 650.000 vast te stellen.

Kosten die in aanmerking komen voor subsidie zijn maatregelen voor het verbeteren van de toegankelijkheid van het monument voor mensen met een beperking en duurzaamheidsmaatregelen voor isolerende voorzieningen en klimaatverbetering.

Eigenaren van rijksmonumenten of een zelfstandig onderdeel hiervan kunnen, indien zij subsidie ontvangen voor restauratie in hetzelfde kalenderjaar, een aanvraag voor toegankelijkheid- en duurzaamheidsmaatregelen indienen. Van 1 april tot 1 juli 2017 kan een aanvraag worden ingediend. Meer informatie over de subsidieregeling: https://www.zuid-holland.nl/loket/subsidies/

Welk Haags monumentaal pand heeft de beste herbestemming gekregen? Dat is de vraag waar de verkiezing van de Haagse Monumentenprijs 2016 om draait. Een monumentaal pand heeft vaak een eigen specifiek karakter, wat het in praktijk vaak lastig maakt om het pand een nieuwe functie te geven.

De drie genomineerde panden voor de Haagse Monumentenprijs 2016 zijn dusdanig gerenoveerd dat hun voortbestaan met een nieuwe functie is gegarandeerd. Maar wat zijn de drie genomineerde monumenten?

Genomineerden 2016

1) Gravenstraat 2. In het pand waar tot twee jaar geleden Maison de Bonneterie zat, is nu de flagshipstore van de H&M gevestigd. Dit pand werd gebouwd in 1913
2) ILSY-plantsoen 1, 3 en 5. Op het voormalige Luchthavencomplex Ypenburg, dat werd gebouwd tussen 1935 en 1937, is nu een kantoorverzamelgebouw te vinden.
3) Theresiastraat 145. Een pand dat oorspronkelijk werd gebouwd als sportgebouw (Nederlandsch Sportpark). Vervolgens kreeg het de functie van manage, autoshowroom en weer sportschool. Anno 2016 is het pand, dat gebouwd werd in de periode 1896 – 1897, herontwikkeld tot supermarkt van Hoogvliet.

Stemmen
Stemmen op de drie genomineerde monumenten van de Haagse Monumentenprijs 2016 kan vanaf nu via de website van Monumentenzorg Den Haag. Stemmen kan nog tot en met 31 december 2016.

Een gezamenlijke strategie voor het Nederlands religieus erfgoed

Nederland is ongekend rijk aan religieus erfgoed en bezit een grote variëteit aan gebouwen, van kerkgebouwen en synagogen tot kloosters en abdijen. Bij uitstek dit erfgoed, met vaak waardevolle interieurs, wordt door een breed publiek gewaardeerd vanwege zijn religieuze betekenis, maar ook vanwege zijn culturele en identiteit- en beeldbepalende functie in steden of dorpen.

Het religieus erfgoed staat echter onder zware druk. Ontkerkelijking en stijgende kosten leiden er toe dat de eigenaren grote moeite hebben de kosten die hun historische gebouwen en kunstcollecties met zich meebrengen te dragen. Steeds meer kerken en kloosters sluiten daarom hun deuren. De komende jaren zal van de circa 6000 in religieus gebruik zijnde kerkgebouwen, als meest voorzichtige schatting, minimaal een derde zijn oorspronkelijke functie verliezen. Andere schattingen voorspellen een nog veel groter functieverlies. Om een voorbeeld te geven: In 1975 telde Nederland 1500 kloosters, waarvan er nu nog maar 135 in religieus gebruik zijn en binnen enkele jaren er nog eens 120 hun deuren zullen sluiten.

Eigenaren doen hun best om de gebouwen zo lang mogelijk open te houden, onder meer door te zoeken naar andersoortig gebruik naast het kerkelijke. Waar de exploitatie niet meer lukt, wordt vaak in een moeizaam en langdurig proces een nieuwe bestemming gezocht. Voor een aantal gebouwen dreigt sloop, zeker in stads- en dorpskernen waar de economische druk groot is of juist in gebieden waar krimp plaatsvindt.

De omvang van de opgave, de snelheid van deze transformatie en de schaal waarop dit in het hele land plaats vindt, afgezet tegen de bijzondere betekenis van deze gebouwen met hun waardevolle interieurs en vaak prominente ligging, maken deze opgave tot een maatschappelijk vraagstuk van nationaal belang. De uitwerking hiervan is het meest voelbaar op lokaal niveau.

In het verlengde van de samenwerking van een breed scala aan partijen, waarvoor de basis werd gelegd in het Jaar van het Religieus Erfgoed (2008) en vervolgens is verdiept en verstevigd in de Agenda Toekomst Religieus Erfgoed (2014-2016), onderschrijven onderstaande partijen de gezamenlijke strategie om het Nederlands religieus erfgoed een duurzame toekomst te geven.

De centrale thema’s

Samenwerking tussen de kerkelijke eigenaren, overheden en maatschappelijke organisaties is een voorwaarde om de komende jaren de grote opgave op een effectieve manier tegemoet te treden. De partners in deze samenwerking nemen een gezamenlijke verantwoordelijkheid voor de toekomst van het religieus erfgoed. Daarnaast is het versterken van een breed maatschappelijk draagvlak voor dit erfgoed een centraal aandachtspunt. De inzet en betrokkenheid van actieve burgers is immers onontbeerlijk voor de instandhouding en doorontwikkeling van deze gebouwen, alsmede voor de zorg voor hun interieur.

Gebruik

Bij het vinden van oplossingen en maatregelen voor de toekomst van religieus erfgoed wordt rekening gehouden met het (voortgaande) gebruik van kerkgebouwen en kloosters. Dat geldt zowel voor rijks-, gemeentelijke en provinciale monumenten als gebouwen zonder status. Daarbij wordt successievelijk gestreefd naar:

a. oorspronkelijk of voortgaand gebruik;

b. multifunctioneel gebruik (naast a);

c. herbestemming.

Expertise-ontwikkeling en kennisoverdracht

Het behoud van religieus erfgoed vraagt behalve om behoud en bundeling van kennis ook om innovatie (bijvoorbeeld op het terrein van duurzaamheid en nieuwe exploitatievormen). Daarnaast is nevengebruik en herbestemming vaak dusdanig complex dat hiervoor een nieuw corpus aan kennis en expertise moet worden gebundeld. Het behouden, ontwikkelen, verbinden en ontsluiten van kennis en ervaring op het gebied van zowel gebouwen als interieurs vormt daarom een centrale doelstelling.

Differentiatie van waarde

Overheden zullen in afstemming met de verschillende partners met een nieuwe blik en vanuit een breed belangenkader naar de waardering van gebouwen en hun interieurs kijken. Het belang van behoud en de vraag naar transformatieruimte zullen een nieuwe balans moeten vinden.

Actiepunten

1. Vanaf 2017 zal door de partners in vervolg op de Agenda Toekomst Religieus Erfgoed een voorzetting van hun samenwerking worden georganiseerd;

2. Alle partners zetten zich voluit in om op een actieve manier bij te dragen aan het gebruik, het behoud en de ontwikkeling van het religieus erfgoed alsmede aan de versterking en uitbreiding van het hiervoor benodigde maatschappelijk draagvlak;

3. De rijksoverheid neemt samen met de eigenaren en met Museum Catharijneconvent het voortouw om te komen tot deling, bundeling en fundering van kennis en expertise in een kenniscentrum/expertisenetwerk (on-)roerend religieus erfgoed. Gezamenlijk ontwikkelen partners nieuwe en noodzakelijke kennis voor het behoud van het religieus erfgoed;

4. Eigenaren zetten zich in om vroegtijdig toekomstige ontwikkelingen in beeld te brengen en die inzichten te delen en daartoe in overleg te treden met relevante partners;

5. De rijksoverheid neemt het initiatief tot een waardedifferentiatie religieus erfgoed (onroerend en roerend), waarin een nieuwe balans tussen behoud en ruimte voor transformatie het uitgangspunt vormt. Partners dragen hier vanuit hun eigen verantwoordelijkheid en in onderlinge afstemming aan bij;

6. De rijksoverheid evalueert in het licht van de opgave in 2018 haar financieel monumenteninstrumentarium en beziet of op basis hiervan een herallocatie van middelen noodzakelijk is;

7. Provinciale overheden ondersteunen initiatieven op het gebied van behoud of herbestemming van religieus erfgoed door hun instrumenten voor ruimtelijke ontwikkeling actief in te zetten;

8. Gemeentelijke overheden zetten zich in om lokale scenario’s vroegtijdig in beeld te brengen en ontwikkelen in samenwerking met de lokale partners kennis van en visie op het lokale religieus erfgoed;

9. Daarnaast maken gemeenten hun wet- en regelgeving nog beter toegankelijk en stellen die dienstbaar aan het voortgezet gebruik of de herbestemming van religieus erfgoed;

10. Maatschappelijke organisaties zetten hun kracht waar mogelijk in om een kansrijke toekomst voor religieus erfgoed pro-actief te ondersteunen.

Download hier de slotverklaring.

Steeds meer winkels, kantoren en bedrijven, maar ook boerderijen, kerken en maatschappelijke gebouwen komen leeg te staan in Noord-Brabant. Daar wil de provincie wat aan doen onder het motto ‘herbestemmen is het nieuwe bouwen’.

De Provinciale Staten hebben in meerderheid groen licht gegeven voor het programma Brabantse Aanpak Leegstand. De aanpak vraagt enerzijds om strakker sturen op uitbreiding en anderzijds om ruimte te geven. Het belang van herbestemmen is al lang duidelijk, vooral in een provincie met meer dan twaalf miljoen vierkante meter leegstand. “Transformatie van leegstaand vastgoed, herbestemming of sloop, biedt volop mogelijkheden om maatschappelijke behoeften en opgaven te realiseren”, zo meldt de provincie. Ze haalt aan dat er uit leegstaande panden ook veel woningen gecreëerd kunnen worden. In Eindhoven ontstond bijna de helft van alle nieuw toegevoegde woningen vorig jaar door het verbouwen van onder andere kantoren naar woningen.

Rol van de provincie Noord-Brabant
De provincie ziet voor zichzelf een rol weggelegd in het zorgen voor kennis(deling) en het stimuleren van initiatieven en experimenten die nieuwe perspectieven voor leegstand – door herbestemming of sloop – mogelijk maken. Daarnaast wil de provincie, vanuit haar regierol, bijdragen aan goede regionale afspraken over bouwplannen voor bedrijven, winkels, kantoren en woningen, zodat er niet nog meer leegstand kan ontstaan. Een andere rol van de provincie is het mogelijk maken van zonnevelden in de onbebouwde ruimte.

 

Zie het volledige artikel op: Renovatieprofs

In het ontwerpatelier van de gemeente Den Haag vond vanmorgen de afsluiting plaats van het ontwerptraject van de studenten minor real estate (bouwkunde en vastgoed) van de Haagse Hogeschool. Binnen dit ontwerptraject stond de herbestemming van Radioduin in Scheveningen centraal. In 15 groepjes zijn allerlei creatieve nieuwe ideeën voor de twee gebouwen van voormalig Radioduin bij Duindorp gepresenteerd. De jury, waarin betrokkenen van de gemeente, vastgoed, makelaardij en provincie zuid-Holland zaten kozen twee winnaars:

Nr 1) The real group: een speelse beleving achter de duinen, met een combinatie van een educatief informatie centrum, fietsverhuur, brasserie en een kinderbinnenspeeltuin.

Nr 2) real good: plaatsen van een Thomashuis voor mensen met een verstandelijke beperking, in combinatie met natuurbeleving (bouw van uitkijktorentje).

img_6428

Het voormalige postkantoor aan de Rotterdamse Coolsingel is aangekocht door de Omnam Investment Group. Het monumentale pand zal worden herontwikkeld voor de gemengde bestemming Ven Rotterdam.

Als Ven Rotterdam moet het voormalige postkantoor plaats gaan bieden aan een wooncomplex in het hogere segment, een vijfsterrenhotel, winkels en een fintness-centrum. De kosten van de investering bedragen naar verwachting 100 miljoen euro.

Het oude postkantoor beslaat 25.000 m2 en is een van de weinige overgebleven historische panden in het hart van Rotterdam. Het pand is gebouwd tussen 1915 en 1922 naar ontwerp van architect G.C. Bremer en is nu rijksmonument.

Respectvol renoveren
De Omnam Investment Group voert momenteel gesprekken met een aantal architecten “van wereldformaat”. Het is in dit stadium nog niet duidelijk wie de opdracht voor het project krijgt, maar “het spreekt vanzelf dat voor zo’n iconisch gebouw op zo’n prominente locatie een befaamde architect wordt aangesteld”, aldus een zegspersoon van Ven Rotterdam.

Het  postkantoor staat nu meer dan vijf jaar leeg. De renovatie moet de voormalige grandeur van het gebouw in ere herstellen. Het ontwerp en de karakteristieke elementen zullen op een respectvolle manier worden versterkt, aldus de vastgoedgroep.

Ven
Met de plannen voor Ven Rotterdam in het voormalige postkantoor krijgt Ven Amsterdam een vervolg, nog voor dat project is opgeleverd. Het voormalige KPN-gebouw bij station Amsterdam Sloterdijk wordt momenteel ingrijpend verbouwd tot een zaken- en amusementscomplex. Ven Amsterdam moet begin 2017 de deuren openen.

Bron: Architectenweb
Beeld: VEN Rotterdam

Vincent van Rossum over renovatie

In de publicatie van de NRP Gulden Feniks 2016 viel mijn oog op het project in de Amsterdamse Wijttenbachstraat (p. 83). Uiteraard niet bekroond, omdat dergelijke keurige renovaties tegenwoordig heel normaal zijn. Maar die ommekeer is voor de Wijttenbachstraat te laat gekomen. Ik gebruik die straat al jaren als voorbeeld van de rampzalige vergissingen die stedenbouwkundigen en architecten kunnen begaan. Het was ooit een schitterende stedelijke ruimte, ontworpen en gebouwd aan het eind van de negentiende eeuw. De beeldbank van het Amsterdamse stadsarchief laat zien dat het oorspronkelijke straatprofiel werd gekenmerkt door betrekkelijk diepe voortuinen, met twee rijen iepen in de trottoirs en een betrekkelijk smalle rijweg, bestraat met mooi materiaal. Die stedenbouwkundige luxe moest plaats maken voor een brede verkeersweg met een tramlijn naar het toen nieuwe Muiderpoortstation. De voortuinen verdwenen, de iepen werden omgezaagd en men completeerde het nieuwe profiel met een enorme plak asfalt.

De enige herinnering aan de Wijttenbachstraat van weleer die resteerde waren de twee negentiende-eeuwse gevelwanden. Werkelijk bijzonder was die architectuur niet, maar in elk geval had de stedelijke ruimte nog een zeker cachet door de eenheid van beide straatgevels. Die bescheiden kwaliteit werd vervolgens achteloos vernield door de stadsvernieuwers. Her en der verrees nieuwbouw die vooral getuigt van groot architectonisch onvermogen. De jongelui uit Delft hadden geleerd om goede woningen te bouwen maar zij begrepen niets van architectuurgeschiedenis en hadden nog nooit nagedacht over de vraag wat een stadsbeeld is. Zelfs met de beste wil van de wereld kan het resultaat alleen maar bedroevend worden genoemd. En omdat het bureau Hooyschuur nu heeft laten zien dat het ook anders kan, rijst toch de vraag of men destijds wel goed heeft nagedacht over de stadsvernieuwing. Het antwoord is natuurlijk nee, al die oude troep moest weg omdat de Woningdienst heilig geloofde in nieuwbouw. Inmiddels blijkt hoe onverstandig dat was. Juist daar waar veel nieuwbouw is verrezen, ontstaan nieuwe achterbuurten.

‘Renoveren is veel meer dan inventief hergebruik’
Wat mij altijd zo heeft verbaasd, is dat ambtenaren, corporaties en architecten zo weinig oog hebben voor de kwaliteit van de openbare ruimte. Terwijl die kwaliteit essentieel is voor de kwaliteit van het openbare leven. Ik heb vaak in de Wijttenbachstraat op de tram staan te wachten, ook op winteravonden. Dat was geen pretje. Natuurlijk kan het niet overal ‘gezellig’ zijn in de stad, maar ‘unheimisch’, zoals de Duitsers dat noemen, is weer iets anders. Sloopnieuwbouw, zo mogen we nu wel concluderen, heeft nooit iets goeds opgeleverd, de woningen zijn ongetwijfeld beter, maar de ambiance is voorgoed bedorven.

De betekenis van die les is naar mijn mening nog steeds niet helemaal helder voor iedereen. Renoveren is veel meer dan inventief hergebruik. Renoveren is van essentieel belang voor de kwaliteit van onze toekomstige samenleving. De verloedering van de Wijttenbachstraat laat zien hoeveel schade de vooruitgangsprofeten kunnen aanrichten met al hun goede bedoelingen. De stad moet helemaal niet vernieuwd worden, gewoon goed onderhoud volstaat.

Bron: NRP

We kennen in Nederland een aantal prachtige en succesvolle herbestemmingen van industriële complexen. Het succesvolle recept van de Westergasfabriek, waarbij de herbestemming van een historisch complex een integraal onderdeel vormt van gebiedsontwikkeling heeft zich door heel Nederland verspreid.

Inmiddels wordt ook in het buitenland gekeken naar de Dutch Approach voor het transformeren van fabrieken, spoorzones en ziekenhuizen tot culturele hotspots. Is de Nederlandse aanpak echt het lichtende voorbeeld en is het dan ook elders toepasbaar? Of biedt de aanpak die men in andere landen hanteert aanleiding om eigen houding te ontwikkelen? Het antwoord op deze vragen werd onderzocht in een serie workshops met Frankrijk als vergelijkingscasus.

Lees het volledige artikel van Sebas Baggelaar op de website van Platform VOER.