Namens provincie Zuid-Holland nodigen wij u van harte uit voor de uitreiking van de Stimuleringsprijs Herbestemming in Zuid-Holland. Rik Janssen, gedeputeerde van cultureel erfgoed, reikt de prijs op maandag 22 mei 2017 uit.

Wij verwelkomen u graag in het Provinciehuis (Zuid-Hollandplein 1, 2596 AW Den Haag) met koffie en thee tussen 9.30 en 10.00 uur. Om 10.00 start het programma dat (inclusief lunch) duurt tot circa 12.30 uur. Als u van de uitnodiging gebruik wilt maken, vragen wij u zich vóór 15 mei a.s. aan te melden via e- mail adres Loomans@erfgoedhuis-zh.nl. Vermeld hierbij uw naam en (eventueel) de organisatie die u vertegenwoordigt. Als u met uw bericht meerdere personen aanmeldt, dan gaarne alle namen vermelden.

De Stimuleringsprijs Herbestemming in Zuid-Holland
De Stimuleringsprijs is een initiatief van de provincie Zuid-Holland en wordt uitgevoerd in het kader van het erfgoedbeleid en het Actieprogramma Slim Ruimtegebruik. De prijs beoogt eigenaren, beheerders, projectontwikkelaars, gemeenten, architecten en andere creatieve ondernemers te stimuleren om out-of-the-box na te denken over nieuwe bestemmingen voor rijksmonumenten in Zuid-Holland. De inzendingen worden beoordeeld door een vakjury, bestaande uit Harm Veenenbos (Provinciaal Adviseur Ruimtelijke Kwaliteit van provincie Zuid-Holland), Tammo Remmerswaal (restauratiearchitect), Gerben van Dijk (voorzitter landelijk herbestemmingsteam) en Johan Timmermans (ondernemer met ervaring op het gebied van herbestemming). Het beste ontwerpidee voor herbestemming wordt beloond met adviezen en ondersteuning ter waarde van € 20.000,-.

De laagrentende Restauratiefondsplus-hypotheek is als financiering inzetbaar bij grootschalige restauratie en herbestemming van rijksmonumenten. Minder bekend is de mogelijkheid de lening te splitsen per zelfstandige wooneenheid wanneer er sprake is van herbestemming, achterstallig onderhoud en kadastrale splitsing.

Om de herbestemming van rijksmonumentale complexen met een restauratie-opgave naar woon en-/of werkeenheden mogelijk te maken kan de Restauratiefondsplus-hypotheek ook ingezet worden. De initiatiefnemer cq. ontwikkelaar doet het voorwerk van de aanvraag en de koper van het appartement kan voor de start van de bouw bij het Restauratiefonds terecht voor een laagrentende Restauratiefondsplus-hypotheek en aanvullende financiering.

Wanneer een rijksmonumentaal complex kadastraal wordt gesplitst in kleinere zelfstandige eenheden geldt een minimum van €25.000,- per lening in plaats van de gebruikelijke drempel van 300.000 euro. Hierdoor kunnen toekomstige eigenaren het voordeel van de laagrentende lening benutten en wordt de financiële haalbaarheid van dergelijke projecten vergroot. Deze werkwijze is bijvoorbeeld toegepast bij de Meelfabriek in Leiden.

Reserveren
Grote restauratiewerkzaamheden zijn vaak omvangrijk en complex. Bovendien zit er vaak veel tijd tussen de plan- en de realisatiefase. Daarom bestaat de mogelijkheid om tijdens de planfase een Restauratiefondsplus-hypotheek te reserveren. Met een reservering heeft u zekerheid over de beschikbaarheid van een laagrentende lening voor uw project.

Meer weten?
Wilt u meer weten over de mogelijkheden van de Restauratiefondsplus-hypotheek? Neem contact op met de accountmanagers van het Restauratiefonds van de afdeling Voorlichting & Financieringen: info@restauratiefonds.nl of (088) 253 90 20

Studenten International Media and Entertainment Management van de NHTV in Breda hebben onder begeleiding van BOEi apps gemaakt over het Zuiderziekenhuis in Rotterdam. Een mooie kans om jonge mensen meer met erfgoed in aanraking te brengen.

De studenten kregen een rondleiding en waren verrast over het monumentale ziekenhuis uit 1939. Hun apps lieten BOEi nieuwe mogelijkheden zien om naar monumenten te kijken, zoals een zoektocht door het Zuiderziekenhuis via QR-codes of een virtuele tour door de geschiedenis. BOEi’s verhalenverteller Jobbe Wijnen maakte een video over het project.

De provincie Zuid-Holland en Erfgoedhuis Zuid-Holland dagen eigenaren, beheerders en andere belanghebbenden uit om buiten de gebaande paden na te denken over herbestemming van rijksmonumenten. Het beste idee wordt beloond met € 20.000 te besteden aan adviezen en ondersteuning die helpen om de herbestemming te realiseren.

Passende functies voor rijksmonumenten

De provincie Zuid-Holland is rijk aan gebouwd erfgoed en telt maar liefst 9.000 rijksmonumenten. Deze doorgaans zeer bijzondere gebouwen vertellen het verhaal van Zuid-Holland en geven kwaliteit en identiteit aan de omgeving. Helaas staat veel monumentaal vastgoed leeg en is het vinden van een nieuwe bestemming vaak een grote uitdaging. De provincie Zuid-Holland zet zich in voor het behoud van dit erfgoed met het uitschrijven van een Stimuleringsprijs Herbestemming.

De beste manier om een monument te behouden is door het een passende functie te geven die voldoende opbrengt om in het onderhoud ervan te kunnen voorzien. Zo’n nieuwe functie geeft het monument opnieuw maatschappelijke betekenis en maakt vaak ook het omliggende gebied aantrekkelijker. Succesvolle voorbeelden zijn de voormalige watertoren “Villa Augustus” in Dordrecht of de “Fenix Food Factory” in de oude Fenixloodsen in Katendrecht, Rotterdam. Ondanks de vele succesverhalen blijft het vinden van een economisch rendabele en betekenisvolle functie, die tevens eer doet aan de monumentale waarden, vaak lastig.

Stimuleringsprijs

De Stimuleringsprijs Herbestemming roept eigenaren, beheerders, projectontwikkelaars, gemeenten, architecten en andere creatieve ondernemers op om inspiratievolle herbestemmingsprojecten voor te dragen. De prijs richt zich op rijksmonumentale objecten die zich in het stedelijk gebied van Zuid-Holland bevinden. Inschrijven is mogelijk tot 1 mei 2017.

Een vakjury beoordeelt de inzendingen en wijst een winnaar aan. Het beste ontwerpidee voor herbestemming wordt beloond met adviezen en ondersteuning ter waarde van € 20.000,-. Het bedrag mag in overleg met het Erfgoedhuis ZH op eigen initiatief van de prijswinnaar worden besteed.

De Stimuleringsprijs Herbestemming is een initiatief van de Provincie Zuid-Holland en wordt uitgevoerd in het kader van het erfgoedbeleid en het Actieprogramma Slim Ruimtegebruik. Naast de herbestemmingsprijs worden expertsessies georganiseerd rondom een aantal herbestemmingscasussen in Zuid-Holland, wordt samengewerkt met het onderwijs op het gebied van herbestemming en is een informatieve website ontwikkeld.

Mauro Smit (Erfgoedhuis Zuid-Holland) was onlangs aanwezig in de radiostudio van Omroep Wetering om toelichting te geven over het programma Herbestemming ZH. U kunt het gesprek hier terugluisteren.

De Zwarte Tulp Prijs 2016 is uitgereikt aan Karel en Ans Zandbergen. Zij hebben de bollenschuur aan de Rijnsburgerweg 43a in Oegstgeest gerestaureerd en een woonbestemming gegeven. Op die manier kreeg de schuur een nieuwe toekomst.

De Zwarte Tulp Prijs is bestemd voor de eigenaar van een bollenschuur die het gebouw op een voorbeeldige manier heeft behouden of een nieuwe bestemming heeft gegeven. Deze stimuleringsprijs wordt sinds 2003 jaarlijks toegekend door de Werkgroep Bollenerfgoed van het CultuurHistorisch Genootschap Duin- en Bollenstreek. De prijs bestaat uit een oorkonde en een speciaal schildje Monumentale bollenschuur voor aan de gevel.

Bollenverleden zichtbaar
De bollenschuur is in 1931 gebouwd in opdracht van de kweker C.J. van Egmond, tegelijk met het woonhuis ernaast. Het gebouw diende als droog- en opslagruimte voor bloembollen, maar ook voor groenten. De laatste eigenaar, D.J. Kromhout, heeft in 2010 met medewerking van de gemeente Oegstgeest aan de bollenschuur een woonbestemming gegeven. Cultuurwethouder Jos Roeffen van de gemeente Oegstgeest overhandigde het schildje aan de winnaars: “Oegstgeest heeft vroeger een bloeiende bollencultuur gehad. Dat blijkt uit de aanwezigheid van bollenschuren, zoals deze. Door de herbestemming tot woonhuis is deze bollenschuur behouden gebleven en blijft ook het bollenverleden van Oegstgeest zichtbaar.”

Authentieke kenmerken Karel en Ans Zandbergen kochten de schuur in 2013 en hebben het gebouw daarna geheel gerestaureerd en ingericht als woonhuis. Zij hebben de bollenschuur met veel gevoel voor design opgeknapt en ingericht en zijn zeer verguld met de Zwarte Tulp Prijs: “Het is de kroon op ons werk.” Jos Warmenhoven van de Werkgroep Bollenerfgoed overhandigde hen de oorkonde en vertelde waarom deze bollenschuur is bekroond: “Uit tien genomineerde bollenschuren hebben wij deze als winnaar gekozen omdat dit een uitstekend voorbeeld is van restauratie en herbestemming.

De authentieke kenmerken van de bollenschuur, zoals de stalen ramen en houten verdiepingsvloeren zijn behouden gebleven. Nieuwe elementen, zoals de uitbouw en de serre aan de achtergevel zijn architectonisch knap vormgegeven in eigentijds materiaal. Dankzij een inventieve indeling is ook binnen nog goed te zien dat dit een bollenschuur is.”

De Zwarte Tulp Prijs werd uitgereikt tijdens een feestelijke bijeenkomst op 9 december jl. in Museum De Zwarte Tulp in Lisse. Die was tevens gewijd aan het 20-jarig bestaan van de CHG-Werkgroep Bollenerfgoed, die al sinds 1997 werkt aan het behoud en herbestemming van bollenschuren en andere waardevolle gebouwen van de bloembollencultuur in de Duin- en Bollenstreek.

Tekst: www.bollenerfgoed.nl

De provincie Zuid-Holland wil het erfgoed graag doorgeven aan toekomstige generaties. Het erfgoed draagt bij aan de identiteit en kwaliteit van onze samenleving. Voor het behoud van rijksmonumenten is de Subsidieregeling Restauratie Rijksmonumenten Zuid-Holland 2013 beschikbaar. Leegstand van monumentaal erfgoed is onwenselijk. De beste manier om een leegstaand monument te behouden is door het een passende nieuwe functie te geven die voldoende opbrengt om het onderhoud van het monument te kunnen betalen.

Impuls aan herbestemming van leegstaande monumenten

Om een impuls te geven aan herbestemming van leegstaande rijksmonumenten wordt de Subsidieregeling Restauratie Rijksmonumenten Zuid-Holland 2013 gewijzigd. Met de wijziging wordt aanvullend op de restauratiemiddelen subsidie beschikbaar gesteld voor maatregelen die de toegankelijkheid van het monument vergroten en bijdragen aan de verduurzaming van het monument. Provinciale Staten is voornemens voor het jaar 2017 een subsdieplafond van € 650.000 vast te stellen.

Kosten die in aanmerking komen voor subsidie zijn maatregelen voor het verbeteren van de toegankelijkheid van het monument voor mensen met een beperking en duurzaamheidsmaatregelen voor isolerende voorzieningen en klimaatverbetering.

Eigenaren van rijksmonumenten of een zelfstandig onderdeel hiervan kunnen, indien zij subsidie ontvangen voor restauratie in hetzelfde kalenderjaar, een aanvraag voor toegankelijkheid- en duurzaamheidsmaatregelen indienen. Van 1 april tot 1 juli 2017 kan een aanvraag worden ingediend. Meer informatie over de subsidieregeling: https://www.zuid-holland.nl/loket/subsidies/

Welk Haags monumentaal pand heeft de beste herbestemming gekregen? Dat is de vraag waar de verkiezing van de Haagse Monumentenprijs 2016 om draait. Een monumentaal pand heeft vaak een eigen specifiek karakter, wat het in praktijk vaak lastig maakt om het pand een nieuwe functie te geven.

De drie genomineerde panden voor de Haagse Monumentenprijs 2016 zijn dusdanig gerenoveerd dat hun voortbestaan met een nieuwe functie is gegarandeerd. Maar wat zijn de drie genomineerde monumenten?

Genomineerden 2016

1) Gravenstraat 2. In het pand waar tot twee jaar geleden Maison de Bonneterie zat, is nu de flagshipstore van de H&M gevestigd. Dit pand werd gebouwd in 1913
2) ILSY-plantsoen 1, 3 en 5. Op het voormalige Luchthavencomplex Ypenburg, dat werd gebouwd tussen 1935 en 1937, is nu een kantoorverzamelgebouw te vinden.
3) Theresiastraat 145. Een pand dat oorspronkelijk werd gebouwd als sportgebouw (Nederlandsch Sportpark). Vervolgens kreeg het de functie van manage, autoshowroom en weer sportschool. Anno 2016 is het pand, dat gebouwd werd in de periode 1896 – 1897, herontwikkeld tot supermarkt van Hoogvliet.

Stemmen
Stemmen op de drie genomineerde monumenten van de Haagse Monumentenprijs 2016 kan vanaf nu via de website van Monumentenzorg Den Haag. Stemmen kan nog tot en met 31 december 2016.

Een gezamenlijke strategie voor het Nederlands religieus erfgoed

Nederland is ongekend rijk aan religieus erfgoed en bezit een grote variëteit aan gebouwen, van kerkgebouwen en synagogen tot kloosters en abdijen. Bij uitstek dit erfgoed, met vaak waardevolle interieurs, wordt door een breed publiek gewaardeerd vanwege zijn religieuze betekenis, maar ook vanwege zijn culturele en identiteit- en beeldbepalende functie in steden of dorpen.

Het religieus erfgoed staat echter onder zware druk. Ontkerkelijking en stijgende kosten leiden er toe dat de eigenaren grote moeite hebben de kosten die hun historische gebouwen en kunstcollecties met zich meebrengen te dragen. Steeds meer kerken en kloosters sluiten daarom hun deuren. De komende jaren zal van de circa 6000 in religieus gebruik zijnde kerkgebouwen, als meest voorzichtige schatting, minimaal een derde zijn oorspronkelijke functie verliezen. Andere schattingen voorspellen een nog veel groter functieverlies. Om een voorbeeld te geven: In 1975 telde Nederland 1500 kloosters, waarvan er nu nog maar 135 in religieus gebruik zijn en binnen enkele jaren er nog eens 120 hun deuren zullen sluiten.

Eigenaren doen hun best om de gebouwen zo lang mogelijk open te houden, onder meer door te zoeken naar andersoortig gebruik naast het kerkelijke. Waar de exploitatie niet meer lukt, wordt vaak in een moeizaam en langdurig proces een nieuwe bestemming gezocht. Voor een aantal gebouwen dreigt sloop, zeker in stads- en dorpskernen waar de economische druk groot is of juist in gebieden waar krimp plaatsvindt.

De omvang van de opgave, de snelheid van deze transformatie en de schaal waarop dit in het hele land plaats vindt, afgezet tegen de bijzondere betekenis van deze gebouwen met hun waardevolle interieurs en vaak prominente ligging, maken deze opgave tot een maatschappelijk vraagstuk van nationaal belang. De uitwerking hiervan is het meest voelbaar op lokaal niveau.

In het verlengde van de samenwerking van een breed scala aan partijen, waarvoor de basis werd gelegd in het Jaar van het Religieus Erfgoed (2008) en vervolgens is verdiept en verstevigd in de Agenda Toekomst Religieus Erfgoed (2014-2016), onderschrijven onderstaande partijen de gezamenlijke strategie om het Nederlands religieus erfgoed een duurzame toekomst te geven.

De centrale thema’s

Samenwerking tussen de kerkelijke eigenaren, overheden en maatschappelijke organisaties is een voorwaarde om de komende jaren de grote opgave op een effectieve manier tegemoet te treden. De partners in deze samenwerking nemen een gezamenlijke verantwoordelijkheid voor de toekomst van het religieus erfgoed. Daarnaast is het versterken van een breed maatschappelijk draagvlak voor dit erfgoed een centraal aandachtspunt. De inzet en betrokkenheid van actieve burgers is immers onontbeerlijk voor de instandhouding en doorontwikkeling van deze gebouwen, alsmede voor de zorg voor hun interieur.

Gebruik

Bij het vinden van oplossingen en maatregelen voor de toekomst van religieus erfgoed wordt rekening gehouden met het (voortgaande) gebruik van kerkgebouwen en kloosters. Dat geldt zowel voor rijks-, gemeentelijke en provinciale monumenten als gebouwen zonder status. Daarbij wordt successievelijk gestreefd naar:

a. oorspronkelijk of voortgaand gebruik;

b. multifunctioneel gebruik (naast a);

c. herbestemming.

Expertise-ontwikkeling en kennisoverdracht

Het behoud van religieus erfgoed vraagt behalve om behoud en bundeling van kennis ook om innovatie (bijvoorbeeld op het terrein van duurzaamheid en nieuwe exploitatievormen). Daarnaast is nevengebruik en herbestemming vaak dusdanig complex dat hiervoor een nieuw corpus aan kennis en expertise moet worden gebundeld. Het behouden, ontwikkelen, verbinden en ontsluiten van kennis en ervaring op het gebied van zowel gebouwen als interieurs vormt daarom een centrale doelstelling.

Differentiatie van waarde

Overheden zullen in afstemming met de verschillende partners met een nieuwe blik en vanuit een breed belangenkader naar de waardering van gebouwen en hun interieurs kijken. Het belang van behoud en de vraag naar transformatieruimte zullen een nieuwe balans moeten vinden.

Actiepunten

1. Vanaf 2017 zal door de partners in vervolg op de Agenda Toekomst Religieus Erfgoed een voorzetting van hun samenwerking worden georganiseerd;

2. Alle partners zetten zich voluit in om op een actieve manier bij te dragen aan het gebruik, het behoud en de ontwikkeling van het religieus erfgoed alsmede aan de versterking en uitbreiding van het hiervoor benodigde maatschappelijk draagvlak;

3. De rijksoverheid neemt samen met de eigenaren en met Museum Catharijneconvent het voortouw om te komen tot deling, bundeling en fundering van kennis en expertise in een kenniscentrum/expertisenetwerk (on-)roerend religieus erfgoed. Gezamenlijk ontwikkelen partners nieuwe en noodzakelijke kennis voor het behoud van het religieus erfgoed;

4. Eigenaren zetten zich in om vroegtijdig toekomstige ontwikkelingen in beeld te brengen en die inzichten te delen en daartoe in overleg te treden met relevante partners;

5. De rijksoverheid neemt het initiatief tot een waardedifferentiatie religieus erfgoed (onroerend en roerend), waarin een nieuwe balans tussen behoud en ruimte voor transformatie het uitgangspunt vormt. Partners dragen hier vanuit hun eigen verantwoordelijkheid en in onderlinge afstemming aan bij;

6. De rijksoverheid evalueert in het licht van de opgave in 2018 haar financieel monumenteninstrumentarium en beziet of op basis hiervan een herallocatie van middelen noodzakelijk is;

7. Provinciale overheden ondersteunen initiatieven op het gebied van behoud of herbestemming van religieus erfgoed door hun instrumenten voor ruimtelijke ontwikkeling actief in te zetten;

8. Gemeentelijke overheden zetten zich in om lokale scenario’s vroegtijdig in beeld te brengen en ontwikkelen in samenwerking met de lokale partners kennis van en visie op het lokale religieus erfgoed;

9. Daarnaast maken gemeenten hun wet- en regelgeving nog beter toegankelijk en stellen die dienstbaar aan het voortgezet gebruik of de herbestemming van religieus erfgoed;

10. Maatschappelijke organisaties zetten hun kracht waar mogelijk in om een kansrijke toekomst voor religieus erfgoed pro-actief te ondersteunen.

Download hier de slotverklaring.