Compliment voor het monument Lakenhal Leiden

Nu musea en monumenten weer gedeeltelijk open zijn, heeft de provincie Zuid-Holland het maandelijkse Compliment voor het Monument weer uitgereikt. In verband met het coronavirus lag dit enkele maanden stil. Het compliment van juli gaat naar het gemeentelijk Museum De Lakenhal in Leiden. Dit kunstmuseum is in de afgelopen jaren volledig gerestaureerd en uitgebreid.

In 2020 reikt de provincie Zuid-Holland elke maand dit compliment uit als blijk van erkenning voor gerestaureerde en herbestemde monumenten. Eerder dit jaar werd het compliment overhandigd aan het Oranjehotel in Den Haag en de Duiventoren van landgoed Te Werve in Rijswijk.

Uitreiking van het Compliment voor een wandtapijt, geweven door kunstenaar Ankie Stoutjesdijk. Van links naar rechts: Jori Zijlmans (conservator geschiedenis museum), Anne-Marie van Brecht (projectleider van de erfgoedlijn trekvaarten provincie Zuid-Holland) en Oskar Brandenburg (hoofd Programma & Collecties museum)

De provincie waardeert wat alle culturele instellingen, monumenteigenaren en hun vrijwilligers in deze coronatijd doen voor het behoud van ons erfgoed en wil nu op deze manier monumenten een hart onder de riem steken.

Museum de Lakenhal

Museum de Lakenhal is gewijd aan de historie van de stad Leiden, aan de daarmee samenhangende kunstcollectie en aan de voorname rol van Leiden in de toenmalige lakenhandel. Het is sinds 1872-1874 gevestigd in de voormalige Leidse Lakenhal.

Het museum bezit voorwerpen die de Leidse historie in beeld brengen, zoals het beleg van 1573-1574 en het Leids ontzet op 3 oktober 1574. Naast werk van Rembrandt van Rijn is er ook werk van Lucas van Leyden, Jan Lievens, Jan Steen, Gerrit Dou en Theo van Doesburg, die in Leiden woonde toen hij in 1917 De Stijl oprichtte.

De Lakenhal werd in 1642 gebouwd en is ontworpen door Arent van ‘s-Gravesande. Het geldt als een van de hoogtepunten van het Hollands classicisme. Naast deze kunstcollectie worden meerdere stukken tentoongesteld die herinneren aan de Leidse textielindustrie en -handel. In de Stempelkamer wordt met de presentatie ‘7 eeuwen Leids laken’ én het belang van de trekvaarten voor de lakenindustrie uitgelegd.

Ook zijn er de twee bekende schilderijen van La Fargue met trekschuiten te zien. In de ontvangstruimte hangt een groot wandtapijt met de plattegrond van Leiden met de trekvaarten en poorten, geweven door kunstenaar Ankie Stoutjesdijk.

Zuid-Hollandse subsidie voor restauratie

Het Museum De Lakenhal heeft van de provincie Zuid-Holland €800.000,- aan subsidie ontvangen ten behoeve van de restauratie en uitbreiding. Ook heeft het museum daarbij kunnen rekenen op steun van de gemeente, fondsen en particulieren.

Bij de restauratie hebben leerlingen van de Stichting Restauratie Opleidingsprojecten Zuid-West kennis en ervaring op kunnen doen binnen het restauratievak. Het behoud van ons erfgoed vraagt immers ook om behoud van het vakmanschap. Het is van groot belang dat jonge mensen weer kiezen voor een opleiding in de bouw, maar vooral ook voor een opleiding in de restauratie.

Tentoonstelling

Ontwerp tentoonstelling Pelgrims naar Amerika (Northern Light)
Ontwerp tentoonstelling Pelgrims naar Amerika (Northern Light)

Tot en met 13 september is in Museum De Lakenhal onder meer de tentoonstelling ‘Pilgrims naar Amerika – en de grenzen van vrijheid’ te zien. De tentoonstelling onderzoekt de grenzen van vrijheid en toont de opmerkelijke reis van de Pilgrims aan het begin van de zeventiende eeuw. Een reis die hen voerde vanuit Engeland, waar ze vandaan kwamen, via de stad Leiden waar ze elf jaar in vrijwillige ballingschap verbleven, naar de wereld van de Native Americans, die ze koloniseerden.

Het museum houdt rekening met de coronarichtlijnen van de Rijksoverheid. Toegang tot het museum is alleen mogelijk met een online, vooraf gereserveerd ticket.

Leiden textielstad en handel over de trekvaarten

Gezicht op de Lakenhal (Susanna van Steenwijk-Gaspoel, 1642)
Gezicht op de Lakenhal (Susanna van Steenwijk-Gaspoel, 1642)

Het gebouw van de Lakenhal diende tot circa 1800 ter keuring van het laken. Hier kwamen de gouverneurs en staalmeesters van het lakengilde bijeen. De stoffen van de lakenhandelaren werden hier gekeurd en kregen een loden zegel als waarmerk mee. Leiden profiteerde daarbij van zijn ligging aan een van de Hollandse trekvaarten. 

Het trekschuitennetwerk uit de 17e eeuw bracht een stijgende handel in lakense stoffen teweeg. Leiden was de grootste producent van lakense stoffen in Europa en beleefde een enorme economische en demografische groei. Ten tijde van de aanleg van de trekvaarten werd in Leiden een nieuw soort kwaliteitslaken gemaakt dat door het handelsnetwerk over water een gewild exportproduct was. Het loden waarmerk van de lakenstoffen is zelfs teruggevonden in Indonesië, Zuid-Afrika en Amerika.

Museum De Lakenhal is onderdeel van de provinciale erfgoedlijn Trekvaarten. Deze erfgoedlijn vertelt het verhaal van Hollands Welvaren, met het transport van goederen en personen over het water en de Intercity van de Gouden Eeuw. Zie voor meer informatie over de te bezoeken locaties de website van Hollands Welvaren.

De Subsidieregeling restauratie rijksmonumenten Zuid-Holland heeft in de periode 1 december 2019 en 1 maart 2020 37 subsidieaanvragen binnengekregen ten behoeve van de restauratie van rijksmonumenten. De provincie heeft 8 aanvragen daarvan, binnen de openstelling van de subsidieregeling voor 2020, kunnen honoreren voor een gezamenlijk bedrag van €1,3 miljoen.

Veel animo

Dat er veel animo was voor deze subsidie, blijkt uit het totaal van 37 aanvragen. Bij de beoordeling van de subsidieaanvragen is onder andere gekeken naar de bouwkundige staat van het rijksmonument, de cofinanciering, de publieke toegankelijkheid van het rijksmonument en de inzet van leerling-werkplaatsen, via Restauratie Opleidingsprojecten (ROP). Na beoordeling konden 8 aanvragen worden gehonoreerd voordat het subsidieplafond was bereikt. 23 aanvragen zijn om deze reden geweigerd, de overige 6 aanvragen zijn op andere gronden geweigerd.

Gedeputeerde voor cultuur en erfgoed Willy de Zoete: “Het is jammer om zoveel aanvragers te moeten teleurstellen. Het bewaren en behouden van monumenten en erfgoed leeft in onze provincie. Wij zijn er trots op dat zoveel Zuid-Hollandse monumenteneigenaren, medewerkers en vrijwilligers met zoveel verve en hart voor de zaak ons cultureel erfgoed in stand willen houden. Het is mooi dat iedereen daar binnenkort weer volop maar op corona-veilige wijze van kan genieten.

Overzicht

Monument, locatie en toegekende subsidie:

  • Westmolen in Gorinchem: €92.086,00
  • Landgoed Ter horst in Voorschoten, oranjerie en stal: €109.920,00
  • Maredijkmolen in Leiden: €135.901,00
  • Orgel Grote Kerk in Dordrecht: €28.048,00
  • Stal, schuur en hooiberg bij boerderij in Oudekerk a/d IJssel: €70.324,00
  • Boerderijcomplex Op Hodenpijl in Schipluiden: €113.758,00
  • G.J. de Jonghmonument in Rotterdam: €317.703,00
  • Ketelhuis in Leiden: €468.729,00

Subsidie aanvragen

Subsidieregeling restauratie rijksmonumenten Zuid-Holland wordt jaarlijks toegekend door de provincie Zuid-Holland. Voor 2020 kunnen hiervoor geen aanvragen meer worden ingediend. Van 1 december 2020 tot 1 maart 2021 kunnen opnieuw subsidieaanvragen voor restauratie van rijksmonumenten worden ingediend.

Van 1 april tot 1 juli 2020 kunt u nog subsidie aanvragen voor toegankelijkheids- en duurzaamheidsmaatregelen ten behoeve van de herbestemming van een rijksmonument.

Behoud van rijksmonumenten

De provincie trekt zich het lot aan van de rijksmonumenten met een restauratiebehoefte, waaronder de molens, binnenstedelijke rijksmonumenten, industriële en agrarische objecten en de in toenemende mate vrijkomende kerken.

Met de Subsidieregeling restauratie rijksmonumenten Zuid-Holland stimuleert de provincie in blijvende investeringen en daarmee in het behoud van rijksmonumenten. Ook willen wij de werkgelegenheid en vakmanschap in de restauratiemarkt bevorderen door het scheppen van leerlingwerkplaatsen in de restauratiebranche. Naast restauratie wil de provincie ook herbestemming en een betere toegankelijkheid van rijksmonumenten bevorderen. Zo maken wij Zuid-Holland elke dag beter.

Van 1 mei tot 1 juli 2020 kunnen subsidieaanvragen voor duurzaamheids- en toegankelijkheidsmaatregelen worden ingediend ten behoeve van herbestemming van rijksmonumenten.

De provincie trekt zich het lot aan van de rijksmonumenten met een restauratiebehoefte, zoals bijvoorbeeld molens, kastelen en landgoederen, boerderijen en industrieel erfgoed en de in toenemende mate vrijkomende kerken.

Daarom stelt de provincie subsidie beschikbaar voor de restauratie en herbestemming van rijksmonumenten en voor duurzaamheids- en toegankelijkheidsmaatregelen bij herbestemming. Voorwaarde hierbij is dat er enige mate van openstelling is, zodat meer mensen van het erfgoed in Zuid-Holland kunnen genieten.

Kijk hier voor meer informatie en om subsidie aan te vragen

Het Compliment voor het Monument dat maandelijks met trots door de provincie Zuid-Holland wordt uitgereikt, is tot nader orde uitgesteld.

Sinds januari reikt de provincie een Compliment voor het Monument uit als blijk van erkenning voor gerestaureerde en herbestemde monumenten in Zuid-Holland. Wegens het coronavirus is in maart besloten het compliment uit te stellen. Nu de RIVM-richtlijnen van kracht blijven, is ook besloten om de aankomende aanbiedingen uit te stellen tot na de crisis.

We waarderen wat alle monumenteigenaren en hun vrijwilligers in deze tijd voor ons erfgoed doen. Het is een lastige tijd. Met het Compliment voor het Monument kan de provincie na deze periode daadwerkelijk weer aandacht geven aan deze bijzondere monumenten die dit in volle glorie verdienen. Op deze manier steken we met elkaar de monumenten een hart onder de riem na deze zware periode.

De Duiventoren van Rijswijk

Elke maand reikt de provincie Zuid-Holland een Compliment voor het Monument uit als blijk van erkenning voor gerestaureerde monumenten. Het Compliment van februari gaat naar de duiventoren op Landgoed Te Werve in Rijswijk (Z-H). Deze unieke duiventoren dateert uit de 15e eeuw en is recent volledig gerestaureerd.

Erfgoed maakt de omgeving mooier en vertelt het verhaal van onze geschiedenis. Monumenten dragen bij aan de identiteit en kwaliteit van onze leefomgeving. De provincie Zuid-Holland houdt monumenten in stand door restauraties te stimuleren en leegstand te voorkomen door herbestemming. Zo zijn veel restauraties van rijksmonumenten en herbestemmingen financieel op gang geholpen. Hierdoor blijft ons erfgoed beleefbaar voor een zo groot mogelijk publiek, nu en in de toekomst.

De oudste Duiventoren van Nederland

Mirco Cuppens (Landgoed Te Werve) neemt het Compliment voor uw monument in ontvangst van Hanneke Nuijten, projectleider erfgoedlijn Landgoederenzone/Hollands Buiten.
Mirco Cuppens (Landgoed Te Werve) neemt het Compliment voor uw monument in ontvangst van Hanneke Nuijten, projectleider erfgoedlijn Landgoederenzone/Hollands Buiten.

De duiventoren dateert uit 1448, wanneer Jan Ruychrok, de schatmeester van Jacoba van Beieren, Te Werve koopt. Hij vergroot het landgoed aanzienlijk en laat ook een toren bouwen. Het is de oudste duiventoren die ons land nu nog kent.

Opmerkelijk is dat het onderste gedeelte van de muren, tot ca. 1,70 meter boven het maaiveld, een muurdikte hebben van 43 cm. Vanaf circa 1,70 meter hoogte worden ze 21 cm dik. Dit bewijst dat het gebouw niet altijd een duiventoren is geweest. Je bouwt tenslotte geen duiventoren met een wanddikte van bijna een halve meter.

Het Leidens Ontzet

Het vermoeden bestaat dan ook dat er een verband is tussen de toren en het ontzet van Leiden. Tijdens de gevechten rond Leiden is er ook in en om Rijswijk lange tijd bijna dagelijks gevochten, waarbij veel molens en torens vernield zijn. Deze gebouwen waren door hun bouw uitstekende uitkijkposten voor de Spaanse soldaten. Pas in 1576 lieten de Spaanse troepen Holland voor wat het was en keerden ze niet meer terug. Daarna is de toren hoogstwaarschijnlijk In 1590 omgebouwd naar een duiventoren in renaissance-stijl. Dit het jaartal is opgenomen in de zandstenen gevelsteen in de oostelijke gevel.

Het recht van duivenslag

De Duiventoren van Rijswijk
Detail van de Duiventoren van Te Werve in Rijswijk

De toren kent in elke gevel 29 duivengaten. Zo kon men in één oogopslag zien hoeveel grond de landheer had. In de middeleeuwen is het houden van duiven populair, voornamelijk voor consumptie. Het is echter wel omstreden vanwege de schade die duiven veroorzaken aan zaaigoed en de oogst op de omliggende velden. Langzaam ontstaat het idee dat het houden van duiven aan regels moet worden gebonden. En zo geschiedde. Het recht om duiven te houden is vanaf de 13de eeuw gekoppeld aan landbezit. Met eigen land is de kans op schade door duiven aan de gewassen van derden tenslotte minder groot. In de praktijk betekent dit dat het houden van duiven, het recht van duivenslag, vanaf dat moment voorbehouden is aan de kerk en adel. Dit recht is uiteindelijk in 1954 afgeschaft.

Restauratie

Mede met hulp van een subsidie van de erfgoedlijn Landgoederenzone van de Provincie Zuid-Holland en van het Prins Bernard Cultuurfonds afdeling Zuid-Holland is de duiventoren in de afgelopen maanden gerestaureerd, zodat hij weer in volle glorie op het landgoed staat te prijken. Samen met andere landgoederen en buitenplaatsen vertelt dit het verhaal van de adel en welvarende stedelingen in de Gouden Eeuw: het Hollands Buiten. Zie voor meer informatie over de te bezoeken locaties de website www.hollandsbuiten.nl.

Landgoed Te Werve

De geschiedenis van Landgoed Te Werve in Rijswijk is rijk en gaat ruim 750 jaar terug. In de loop der eeuwen heeft het landgoed de nodige bewoners van naam en faam gekend. De oudst bekende bewoner van Te Werve, toen nog alleen een versterkte toren of donjon, is Floris van de Werve die er rond 1260 woonde. De laatste particuliere bewoner van Te Werve was de oud-directeur van de Delftse aardenwerkfabriek De Porceleyne Fles, Abel Labouchère. Hoewel Landgoed Te Werve in de loop der eeuwen vele verbouwingen en gedaantewisselingen heeft ondergaan, is Labouchère voor een belangrijk deel verantwoordelijk voor het huidige aanzien. Hij geeft in 1910 toestemming voor zandwinning op zijn grond voor de ontwikkeling van het Haagse Laakkwartier, waardoor een waterpartij van negen hectare ontstaat die tegenwoordig bekend staat als ‘De Put’.

Speciale rondleiding

Het landgoed is toegankelijk voor donateurs van de stichting Vrienden van Te Werve. Tegen een kleine vergoeding is het landgoed voor hen het hele jaar toegankelijk (bezoek de website). Op Open Monumentendag en de Dag van het Kasteel is het landgoed voor iedereen te bezoeken. Voor niet donateurs wordt er, speciaal vanwege het provinciale Compliment, een rondleiding op het landgoed georganiseerd met een bezoek aan de duiventoren, op zondag 19 april 2020 om 15.00 uur. Indien u zich hiervoor wilt aanmelden, dan kunt u een e-mail sturen naar info@tewerve.nl.

Onze-Lieve-Vrouw ten Hemelopnemingkerk Voorburg

De herbestemming voor de Onze Lieve Vrouwe ten Hemelopnemingkerk in Voorburg komt heel dichtbij. Mede dankzij inspanning van de Aanjager herbestemming religieus erfgoed van de provincie Zuid-Holland is het kerkgebouw door de parochie verkocht aan een projectontwikkelaar. Deze gaat de herbestemming op zich nemen. Hiermee blijft het behoud van dit rijksmonument gewaarborgd.

De provincie voelt zich verbonden met haar kerkgebouwen. Voor velen voorheen een plek van spiritualiteit, bezinning en het vieren van mooie of markante levensmomenten. Kerken hebben bovendien veelal een kompasfunctie in ons Zuid-Hollandse landschap.

Op 17 februari 2020 markeerden gedeputeerde voor Zuid-Holland, Willy de Zoete, wethouder Van Eekelen van de gemeente Leidschendam-Voorburg, Marnix Norder van projectontwikkelaar Steenvlinder en de parochie het moment waarop we vooruit kijken naar de nieuwe bestemming van dit kerkgebouw. Het kerkgebouw zat ouderwets vol met buurtbewoners en andere belanghebbenden om dit herbestemmingsmoment mee te vieren. Er werd ook ruim gebruik gemaakt van de mogelijkheid om je op te geven om mee te denken over de herbestemming. Na twaalf jaar leegstand kan nu een start gemaakt worden met de herbestemming. De omvang en hoogte van de kerk en de bijzondere lichtinval door de glas in loodramen gaan een unieke ruimte bieden voor wonen en werken of het krijgt een culturele of openbare functie. Steenvlinder creëert hier een project waarbij omwonenden en toekomstige bewoners en gebruikers zelf de regie hebben over gebruik en inrichting van het gebouw.

Gedeputeerde Willy de Zoete: “Kerken zijn al eeuwen belangrijke bakens in het landschap voor onze inwoners. Vaak centraal in een dorp of stad of het middelpunt van wijken en buurten. Het is voor de beleving van onze geschiedenis, het behoud van markant erfgoed en voor de erkenning van hun maatschappelijke traditie goed dat lege kerken een nieuwe rol kunnen krijgen. Als woning, culturele of economische broedplaats of bijvoorbeeld als museum en zo onderdeel blijven van een lokale gemeenschap. De provincie Zuid-Holland ondersteunt dit streven naar hergebruik van, en een nieuwe toekomst voor, monumentaal religieus erfgoed”.

Aanjagers rijksmonumentaal erfgoed

Aanjagers erfgoed
Het aanjaagteam met van links naar rechts: Ton Vervoort, Klaas Telgenhof, Ruud Wiersum.

Sedert 2018 heeft de provincie drie aanjagers aangesteld om eigenaren van religieus, industrieel en agrarisch Rijksmonumentaal erfgoed te helpen bij het herbestemmen van hun panden. Onze aanjager religieus erfgoed was nauw betrokken bij de herbestemming van de Onze Lieve Vrouwe ten Hemelopnemingkerk. In goede samenwerking met de parochie en het bisdom heeft de aanjager een ontwikkelplan opgesteld, de firma Steenvlinder bereid gevonden het pand in ontwikkeling te nemen en bestuurlijke afstemming gezocht met de gemeente voor functiewijziging. Een zeer succesvol gezamenlijk traject.

De provincie bewaakt en behoudt haar cultureel erfgoed. Erfgoed maakt de omgeving mooier en blijft zo behouden voor een groot publiek. Nu en in de toekomst. Zo maken we Zuid-Holland elke dag een beetje beter.

Elke maand reikt provincie Zuid-Holland een Compliment voor het Monument uit als blijk van erkenning voor gerestaureerde en herbestemde monumenten. Het eerste Compliment voor het Monument gaat naar Nationaal Monument Oranjehotel in Den Haag.

Erfgoed maakt de omgeving mooier en vertelt het verhaal van onze geschiedenis. Monumenten dragen bij aan de identiteit en kwaliteit van onze leefomgeving. De provincie Zuid-Holland houdt monumenten in stand door restauraties te stimuleren en leegstand te voorkomen door herbestemming. De provincie heeft veel restauraties van rijksmonumenten en herbestemmingen financieel op gang geholpen.

In 2020 wil de provincie maandelijks een van deze bijzondere monumenten in het zonnetje zetten en haar waardering uitspreken voor restauraties waarbij de belangrijke cultuurhistorische waarde is behouden en voor herbestemmingen die een verrijking voor het monument zijn. Zij doet dat vanaf januari 2020 door maandelijks het Compliment voor het Monument uit te reiken.

Het Oranjehotel

Directeur van Monument Oranjehotel en projectleider Ron Brans van provincie Zuid-Holland bij de uitreiking van het Compliment
Directeur van het monument Oranjehotel Ank van der Laan en projectleider van de provinciale erfgoedlijn Atlantikwall Ron Brans bij de uitreiking van het Compliment

Het Compliment voor het Monument gaat dit keer naar Nationaal Monument Oranjehotel in Den Haag. Het ‘Oranjehotel’ was tijdens de Tweede Wereldoorlog in de volksmond de naam van de cellenbarakken van de Scheveningse gevangenis. Gelegen in het bestuurlijk centrum van Nederland, en van de bezettingsmacht, was het Oranjehotel gedurende de gehele oorlog een gevangenis in Duitse handen. Tenminste 25.000 Nederlanders die zich tegen de Duitsers verzet hebben, werden er opgesloten voor verhoor en berechting door de rechtbanken van de nationaalsocialisten (nazi’s). Vanuit heel Nederland vervoerden de nazi’s verzetsmensen naar het Oranjehotel. Ook tijdens grote processen, zoals van de Geuzen en de Stijkelgroep, werden de verdachten in het Oranjehotel gevangen gehouden.

Het Oranjehotel in Den Haag
Galerij met cellenblokken Oranjehotel

Talloze prominente verzetsmensen werden opgesloten in het Oranjehotel: Pim Boellaard, Titus Brandsma, Ruurd Cleveringa, Han Stijkel, Erik Hazelhoff Roelfzema, Stuuf Wiardi Beekman en Bernard IJzerdraat. Na hun vonnis werden duizenden gevangenen vanuit het Oranjehotel, vaak via de kampen Vught en Amersfoort, gedeporteerd naar de kampen in Duitsland, waar zeer velen omkwamen. Meer dan tweehonderd terdoodveroordeelden brachten hun laatste uren door in de dodencellen van het Oranjehotel. Vanuit daar werden zij door het “Poortje” in de lange gevangenismuur naar de Waalsdorpervlakte gebracht, waar zij werden gefusilleerd.

Kruizen Waalsdorpervlakte kleiner. Foto Arjan de Jager
Kruizen van de Waalsdorpervlakte, tentoongesteld in het Herinneringscentrum. Foto: Arjan de Jager

De geest van verzet

Het Oranjehotel ademt de geest van verzet, de geest van moedige mensen die zich tegen onrecht en geweld verzet hebben. Deze nalatenschap inspireert en is van cruciaal belang, altijd en overal, in de strijd voor een rechtvaardige samenleving. Dit maakt het Oranjehotel, in het bijzonder Doodencel 601, een authentiek en uniek monument.

Het Oranjehotel - Herinneringscentrum
Herinneringscentrum van het Oranjehotel. Foto: Arjan de Jager

Het Herinneringscentrum Oranjehotel biedt de bezoekers een educatief programma aan over de geschiedenis en de betekenis van het Oranjehotel in de Tweede Wereldoorlog.

Beter toegankelijk

In december 2016 heeft de provincie mede dankzij de erfgoedlijn Atlantikwall een subsidie van €573.000 verleend voor de grootscheepse restauratie en herbestemming van het Oranjehotel. Dankzij dit bedrag kon het cellenblok beter toegankelijk worden gemaakt. Dit maakt de herinnering aan, en het herdenken van, de gruwelijke geschiedenis van dit monument beter mogelijk. Daarmee komt een essentiële functie van het gebouw nog beter tot zijn recht en is dit een mooie plek om te herdenken en om steeds weer onze vrijheid te vieren en te koesteren.

Watertorenprijs

De Architectuurprijs, de Zwarte Tulpprijs en de Watertorenprijs: in een drietal competities ontvingen herbestemmingen in Zuid-Holland de afgelopen weken een officiële blijk van erkenning voor behoud, restauratie en doorontwikkeling.

Architectuurprijs 2019 naar Fenix I Rotterdam

Fenix I is de winnaar van de vakjuryprijs en de publieksprijs bij de Rotterdam Architectuurprijs 2019. Fenix I werd woensdagavond 18 december met beide prijzen bekroond tijdens een feestelijke bijeenkomst in de Burgerzaal van het stadhuis Rotterdam. Zowel bij de vakjury als bij het grote publiek kon Fenix I rekenen op grote waardering. Dit jaar werd de Rotterdam Architectuurprijs voor de tiende keer uitgereikt. Het is een gebouw als stad, constateerde de jury. Ontworpen door Mei architects & planners met als opdrachtgever en bouwer Heijmans combineert het gebouw wonen en stedelijk leven, en bouwt letterlijk door op de geschiedenis van Rotterdam; het pand ligt boven op een oude loods.

Zwarte Tulpprijs 2019 voor bollenschuur in Katwijk

De eigenaars van een 125 jaar oude bollenschuur aan de Rijnstraat 6 in Katwijk hebben de Zwarte Tulp Prijs 2019 voor behoud en herbestemming van bollenschuren ontvangen. Wouter Jinssen en Corina Krijgsman kregen de prijs voor de voorbeeldige manier waarop zij hun pand in Katwijk aan de Rijn hebben gerestaureerd en voor de toekomst hebben behouden.

Watertorenprijs 2019 voor herbestemming Zwijndrecht

Isa Ambacht, eigenaar van een watertoren in Zwijndrecht, heeft op 11 december de watertorenprijs 2019 in de wacht gesleept voor de herbestemming van de watertoren te Zwijndrecht. De award, ingesteld door de Nederlandse Watertoren Stichting (NWS), is door de beleggingsinstelling met enig ceremonieel uitgereikt in de het markante rijksmonument van 41 meter hoog. De toren kreeg na jaren leegstand en verschillende plannen uiteindelijk een mooie nieuwe inrichting. Pal naast het gebouw, grenzend aan de Oude Maas, is bovendien de eerste Petit Place neergezet, een tiny house, modulair opgebouwd en duurzaam.

De Van Nelle-fabriek in Rotterdam, het Energiehuis in Dordrecht en de Meelfabriek in Leiden: stuk voor stuk aansprekende projecten die illustreren welk potentieel er schuil kan gaan in vervallend industrieel erfgoed. Op dinsdag 3 december organiseerde het Erfgoedhuis in samenwerking met de provincie Zuid-Holland de Studiemiddag Herbestemmen Industrieel Erfgoed, waarbij we keken naar de kansen en uitdagingen van herbestemmen aan de hand van twee specifieke initiatieven. Bekijk de presentaties terug via deze pagina.

Het Nederlandse Industrieel Erfgoed stond in 1996 – het Jaar van het Industrieel Erfgoed – voor het eerst in de schijnwerpers. Sindsdien is de belangstelling voor dit ruwe en stoere erfgoed enorm gegroeid. In de loop der jaren hebben tal van partijen er voor gezorgd dat karakteristieke industriële gebouwen op een creatieve en inspirerende wijze een succesvol tweede leven hebben gekregen.

Op de studiemiddag over Industrieel erfgoed op 3 december keken we naar de kansen en uitdagingen van herbestemmen, aan de hand van meerdere specifieke initiatieven. In de meeste gevallen zijn herbestemmingen moeizame (gebieds-) processen waarbij betrokkenen een lange adem moeten hebben. Het begint veelal met een (goed) idee van een gewenste herbestemming die andere partijen inspireert. Een herbestemming is altijd een gezamenlijk proces.

Tijdens de studiemiddag werd gekeken naar de kansen en uitdagingen van twee herbestemmingsinitiatieven die nog niet zijn afgerond, maar al wel in gang zijn gezet.

Bekijk de presentaties terug

Het Grote Kantoor in Delft (afbeelding uit presentatie Ton Vervoort)

Bekijk de presentaties hier terug (PDF opent in nieuwe tab):

Programma

  • 12.30 – 13.15: Ontvangst met koffie/thee & indeling in groepen
  • 13.15 – 14.00: Rondleiding over het terrein van de Wilhelminahaven door Guido de Jong e.a.
  • 14.00 – 14.30: Terug naar de Kroepoekfabriek, warm drankje + verzamelen in de plenaire zaal
  • 14.30 – 14.45: Welkomstwoord Marielle Hendriks, directeur Erfgoedhuis Zuid-Holland
  • 14.45 – 15.15: Ton Vervoort, Aanjager Industrieel Erfgoed 
  • 15.15 – 15.45: Aart Spoon: Ervaringen met Herbestemmen Industrieel Erfgoed (o.a. Cichoreifabriek Ouddorp, Meelfabriek Leiden)
  • 15.45 – 16.15: Discussie en vragen
  • 16.15 – 17.00: Drankje & Netwerken

Praktisch

  • Datum: dinsdag 3 december
  • Tijd: 13.00-17.00 uur (inloop vanaf 12.30 uur!)
  • Locatie: De Kroepoekfabriek, Koningin Wilhelminahaven Zuidzijde 2a in Vlaardingen
  • Voor wie: ambtenaren gebouwd erfgoed en ruimtelijke ordening, leden van erfgoedverenigingen, leden van gemeentelijke erfgoedcommissies en betrokkenen van industriële herbestemmingen.

Organisatie

De Studiemiddag is georganiseerd door Erfgoedhuis Zuid-Holland en de provincie Zuid-Holland.

Met deze subsidieregeling verstrekt de provincie subsidies voor restauratie van rijksmonumenten en voor maatregelen ten behoeve van de verbetering van de toegankelijkheid en duurzaamheid van het monument. Door deze subsidie wordt de herbestemming van de monumenten bevorderd.

Gedeputeerde Staten hebben op 12 november 2019 tot deze wijziging besloten. Hiermee zal onder meer de praktische afhandeling van de subsidies in 2020 beter verlopen. Daarnaast komt klinkend erfgoed, zoals een kerkorgel, eerder in aanmerking voor subsidie. Ook kan men subsidie voor toegankelijkheids- en duurzaamheidsmaatregelen aanvragen zonder dat er sprake is van een door de provincie verstrekte restauratiesubsidie. Voorheen was deze subsidie wel gekoppeld aan het verkrijgen van een subsidie voor restauratie. Ook maakt de wijziging het mogelijk om voor de financiering een lening van het Nationaal Restauratie Fonds te combineren met provinciale subsidie.

Indieningstermijn subsidieaanvagen

Gedeputeerde Staten hebben ervoor gekozen om de indieningstermijn voor subsidieaanvragen voor toegankelijkheids- en duurzaamheidsmaatregelen ten behoeve van de herbestemming van het monument te wijzigen. Van 1 mei 2020 tot 1 juli 2020 kan hiervoor een subsidieaanvraag worden ingediend. De indieningstermijn voor subsidieaanvragen voor restauratie blijft ongewijzigd. Aanvragen hiervoor kunnen worden ingediend van 1 december 2019 tot 1 maart 2020. De provincie heeft op dit moment een bedrag van €1.133.471 ter beschikking gesteld voor de uitvoering van de regeling.

Informatiebijeenkomst subsidieaanvraag 3 december 2019

Op 3 december 2019 helpen wij u graag om uw aanvraag goed en compleet bij ons in te kunnen dienen. Daarom organiseren wij een inloopbijeenkomst, waarbij u uw vragen over het aanvragen van subsidie kunt stellen aan onze medewerkers. De bijeenkomst vindt plaats tussen 16.00 uur en 19.00 uur in vergaderzaal Y402 op de vierde etage van het Ypsilon-gebouw aan de Floris Grijpstraat 2 te Den Haag (let op! Dit is NIET in het provinciehuis!). Om u zo snel mogelijk van dienst te kunnen zijn, vragen wij u om u vooraf aan te melden via subsidies@pzh.nl. Geeft u daarbij aan of u wilt komen tussen 16.00-17.00 uur, tussen 17.00-18.00 uur of tussen 18.00-19.00 uur.

De provincie wil erfgoed graag doorgeven aan toekomstige generaties. De monumenten vertellen het verhaal van Zuid-Holland. Zij verlenen identiteit, levendigheid en kwaliteit aan de leefomgeving. Zuid-Holland is rijk aan monumentale gebouwen. Sommigen van deze gebouwen staan leeg, wat vaak tot verval leidt. De provincie trekt zich het lot aan van rijksmonumenten door restauratie en herbestemming te stimuleren onder meer door de Subsidieregeling Restauratie rijksmonumenten Zuid-Holland. Met deze subsidieregeling wil de provincie ook werkgelegenheid en vakmanschap in de restauratiemarkt bevorderen.

In het huidige subsidiejaar 2019 zijn subsidies voor restauraties van onder meer boerderijen, kerken en molens verstrekt voor ca. €2,76 mln en een bedrag van ca. €200.000 voor toegankelijkheids- en duurzaamheidsmaatregelen in het kader van herbestemming. Eén van deze projecten betreft De Vlietwoning in Naaldwijk.