Vincent van Rossum over renovatie

In de publicatie van de NRP Gulden Feniks 2016 viel mijn oog op het project in de Amsterdamse Wijttenbachstraat (p. 83). Uiteraard niet bekroond, omdat dergelijke keurige renovaties tegenwoordig heel normaal zijn. Maar die ommekeer is voor de Wijttenbachstraat te laat gekomen. Ik gebruik die straat al jaren als voorbeeld van de rampzalige vergissingen die stedenbouwkundigen en architecten kunnen begaan. Het was ooit een schitterende stedelijke ruimte, ontworpen en gebouwd aan het eind van de negentiende eeuw. De beeldbank van het Amsterdamse stadsarchief laat zien dat het oorspronkelijke straatprofiel werd gekenmerkt door betrekkelijk diepe voortuinen, met twee rijen iepen in de trottoirs en een betrekkelijk smalle rijweg, bestraat met mooi materiaal. Die stedenbouwkundige luxe moest plaats maken voor een brede verkeersweg met een tramlijn naar het toen nieuwe Muiderpoortstation. De voortuinen verdwenen, de iepen werden omgezaagd en men completeerde het nieuwe profiel met een enorme plak asfalt.

De enige herinnering aan de Wijttenbachstraat van weleer die resteerde waren de twee negentiende-eeuwse gevelwanden. Werkelijk bijzonder was die architectuur niet, maar in elk geval had de stedelijke ruimte nog een zeker cachet door de eenheid van beide straatgevels. Die bescheiden kwaliteit werd vervolgens achteloos vernield door de stadsvernieuwers. Her en der verrees nieuwbouw die vooral getuigt van groot architectonisch onvermogen. De jongelui uit Delft hadden geleerd om goede woningen te bouwen maar zij begrepen niets van architectuurgeschiedenis en hadden nog nooit nagedacht over de vraag wat een stadsbeeld is. Zelfs met de beste wil van de wereld kan het resultaat alleen maar bedroevend worden genoemd. En omdat het bureau Hooyschuur nu heeft laten zien dat het ook anders kan, rijst toch de vraag of men destijds wel goed heeft nagedacht over de stadsvernieuwing. Het antwoord is natuurlijk nee, al die oude troep moest weg omdat de Woningdienst heilig geloofde in nieuwbouw. Inmiddels blijkt hoe onverstandig dat was. Juist daar waar veel nieuwbouw is verrezen, ontstaan nieuwe achterbuurten.

‘Renoveren is veel meer dan inventief hergebruik’
Wat mij altijd zo heeft verbaasd, is dat ambtenaren, corporaties en architecten zo weinig oog hebben voor de kwaliteit van de openbare ruimte. Terwijl die kwaliteit essentieel is voor de kwaliteit van het openbare leven. Ik heb vaak in de Wijttenbachstraat op de tram staan te wachten, ook op winteravonden. Dat was geen pretje. Natuurlijk kan het niet overal ‘gezellig’ zijn in de stad, maar ‘unheimisch’, zoals de Duitsers dat noemen, is weer iets anders. Sloopnieuwbouw, zo mogen we nu wel concluderen, heeft nooit iets goeds opgeleverd, de woningen zijn ongetwijfeld beter, maar de ambiance is voorgoed bedorven.

De betekenis van die les is naar mijn mening nog steeds niet helemaal helder voor iedereen. Renoveren is veel meer dan inventief hergebruik. Renoveren is van essentieel belang voor de kwaliteit van onze toekomstige samenleving. De verloedering van de Wijttenbachstraat laat zien hoeveel schade de vooruitgangsprofeten kunnen aanrichten met al hun goede bedoelingen. De stad moet helemaal niet vernieuwd worden, gewoon goed onderhoud volstaat.

Bron: NRP

We kennen in Nederland een aantal prachtige en succesvolle herbestemmingen van industriële complexen. Het succesvolle recept van de Westergasfabriek, waarbij de herbestemming van een historisch complex een integraal onderdeel vormt van gebiedsontwikkeling heeft zich door heel Nederland verspreid.

Inmiddels wordt ook in het buitenland gekeken naar de Dutch Approach voor het transformeren van fabrieken, spoorzones en ziekenhuizen tot culturele hotspots. Is de Nederlandse aanpak echt het lichtende voorbeeld en is het dan ook elders toepasbaar? Of biedt de aanpak die men in andere landen hanteert aanleiding om eigen houding te ontwikkelen? Het antwoord op deze vragen werd onderzocht in een serie workshops met Frankrijk als vergelijkingscasus.

Lees het volledige artikel van Sebas Baggelaar op de website van Platform VOER.